Steeds meer professionals in onderwijs, jeugdzorg en begeleiding krijgen te maken met jongeren die ingrijpende en traumatische ervaringen hebben opgedaan, zoals verwaarlozing, mishandeling of verlies. Deze ervaringen hebben gevolgen die niet alleen zichtbaar zijn in gedrag, maar sterk doorwerken in de neurologische, sociale en emotionele ontwikkeling van het kind en daarnaast de kans op delinquent gedrag vergroten (Sweetman, 2022; Zhu & Bruce, 2026). Traumasensitief werken vraagt daarom om meer dan alleen begrip voor de ervaring: het vraagt om een andere manier van kijken, denken en handelen. In dit artikel staan de ontwikkeling en het gedrag van kinderen met trauma centraal en wordt besproken hoe professionals alle jongeren in hun omgeving kunnen ondersteunen door te werken vanuit een traumasensitieve benadering.
De (on)zichtbaarheid van trauma
Trauma is vaak niet direct zichtbaar. Kinderen vertellen hun verhaal zelden letterlijk, maar laten signalen zien in hun (non-verbale) communicatie en gedrag. Omdat het duiden van deze signalen lastig is, kan gedrag gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd en gecorrigeerd worden, bijvoorbeeld als bewust negatief gedrag, waardoor onbedoeld de ervaren onveiligheid wordt versterkt (Lubit et al., 2003). Bij signalen van trauma is het voor professionals van belang om te weten hoe je kunt aansluiten bij de behoeften van het kind. Die juiste aansluiting vinden is niet alleen belangrijk, maar ook complex en uitdagend (Avery et al., 2020).
Gedrag begrijpen
Om traumasensitief te werken, is het cruciaal om gedrag anders te leren begrijpen. Gedrag dat zichtbaar is, zoals agressie, terugtrekken, druk gedrag of zoeken naar bevestiging, is vaak geen bewuste keuze maar een uiting van onderliggende behoeften en een overbelast stresssysteem (Avery et al., 2020). De meeste kinderen hebben een gezond werkend stresssysteem. Wanneer zij zich veilig voelen, verkeert het stresssysteem in rust. Bij tijdelijke spanning of onveiligheid wordt het geactiveerd, waarna het weer tot rust komt zodra de dreiging voorbij is. Kinderen die geen gezond stresssysteem hebben, bijvoorbeeld door traumatische ervaringen, hebben dit niet. Zij hebben een stresssysteem dat in een staat van “hyperarousal” staat, dit betekent dat hun autonome zenuwstelsel continu ‘aan’ staat om hen te beschermen tegen mogelijke dreiging. Deze voortdurende staat van stress kost zoveel energie dat er minder ruimte overblijft om te leren, te concentreren en emoties te reguleren. Aan de andere kant kan trauma zich ook uiten in hypoarousal, waarbij het brein als het ware ‘uitschakelt’ en kinderen zich terugtrekken of dissociëren (Agorastos et al., 2018).
Window of tolerance
Deze reacties hangen samen met de zogenoemde ‘window of tolerance’: de mate waarin iemand spanning kan ervaren zonder grote impact op het functioneren. Kinderen met een traumageschiedenis hebben vaak een kleinere window of tolerance. Hun spanning hoeft maar licht te stijgen voordat zij in hyper of hypoarousal schieten. Specifieke triggers en ogenschijnlijk normale situaties kunnen bij kinderen met trauma bijvoorbeeld sneller in een verkeerde context geplaatst worden en sterke stressreacties oproepen. Daardoor hebben deze kinderen vaker moeite met sociale aansluiting, het ontwikkelen van vertrouwen in zichzelf en anderen, en het reguleren van emoties (Agorastos et al., 2018; Lubit et al., 2003; Siegel, 1999). ‘Probleemgedrag’ en stagnatie in groei en ontwikkeling is voor deze leerlingen geen onwil, maar onmacht vanuit een overbelast systeem.
Gedrag beïnvloeden
Traumasensitief werken vraagt niet alleen dat professionals begrijpen waar het gedrag van het kind vandaan komt, maar ook dat ze kunnen aansluiten bij de behoefte om het zenuwstelsel tot rust te krijgen en samen een veilige omgeving te creëren. Pas dan ontstaat er ruimte voor ontwikkeling (Sweetman, 2022).
Hoewel trauma een grote impact kan hebben op de ontwikkeling en het gedrag van een kind, is herstel en groei altijd mogelijk. Waar het brein is aangetast door ervaringen, kan het zich door nieuwe ervaringen ook weer herstellen (neuroplasticiteit). Dit betekent dat wanneer kinderen structureel de juiste ondersteuning krijgen, zij nieuwe manieren leren om stress te hanteren, emoties te reguleren en hun omgeving te vertrouwen (Zhu & Bruce, 2026). Hieronder worden de belangrijkste factoren voor herstel en ontwikkeling uitgewerkt: veilige relaties, voorspelbare interacties en positieve ervaringen.
De basis van traumasensitief werken
Traumasensitief werken gaat dus niet alleen over inzicht, maar ook over het vertalen van dat inzicht naar het handelen binnen jouw aanpak in de dagelijkse praktijk. Het vraagt om dat je jouw handelen bewust afstemt op de achtergrond en behoeften van de kinderen (Sweetman, 2022). Een traumasensitieve (preventieve) aanpak kan worden opgebouwd aan de hand van 3 belangrijke pijlers:
- Een veilige relatie als fundament: voor kinderen met een trauma-achtergrond zijn veiligheid en vertrouwen niet vanzelfsprekend. Personen en situaties zijn in de basis vaak onbetrouwbaar en onveilig, waardoor dit vertrouwen samen moet worden opgebouwd. Als professional investeer je in deze relatie door oprechte betrokkenheid te tonen, emotioneel beschikbaar te zijn en te begrenzen zonder afwijzing. Dit betekent dat je interesse toont, eerlijk en betrouwbaar bent in je communicatie, en rustig en voorspelbaar reageert, juist op momenten van spanning. Begrenzen gebeurt consequent en gericht op het gedrag, zonder de jongere het gevoel te geven dat hij/zij als persoon wordt afgewezen (Sweetman, 2022; Zhu & Bruce, 2026).
- Voorspelbare interacties voor houvast: om meer grip te ervaren en het stresssysteem te ondersteunen hebben veel jongeren met trauma-achtergrond een verhoogde behoefte aan voorspelbaarheid en structuur. Dit geeft namelijk een gevoel van controle en overzicht. In de praktijk betekent dit dat je werkt met een duidelijke dagstructuur en vaste routines, bij voorkeur samen met het kind opgesteld. Daarnaast is het belangrijk dat je transparant bent (je zegt wat je doet en doet wat je zegt) en (grote) veranderingen tijdig worden aangekondigd en toegelicht. Tot slot is afstemming met collega’s en het netwerk rondom het kind essentieel, zodat er sprake is van een consistente en eenduidige aanpak (Sweetman 2022; Wassink-de Stigter et al., 2024).
- Positieve ervaringen versterken groei: kinderen groeien wanneer zij succeservaringen opdoen en nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Juist met de kinderen die niet gewend zijn om successen te ervaren wil je kleine, haalbare doelen stellen zodat zij meer succesmomenten ervaren die hen motiveren tot ontwikkeling. Vanuit deze basis ontdek en versterk je de interesses en talenten van de kinderen en versterk je hun zelfinzicht en eigenwaarde. Bovendien is aandacht voor herstel en verantwoordelijkheid na moeilijke momenten nodig. Kinderen moeten leren reflecteren zodat ze de verantwoordelijkheid kunnen nemen hun gedrag aan te passen en vertrouwen ontwikkelen in hun eigen veerkracht (Sweetman 2022; Wassink-de Stigter et al., 2024).
Door bovenstaande pijlers structureel in jouw aanpak voor de klas en richting alle kinderen te verweven, werk je niet alleen vanuit een traumasensitieve bril voor specifieke leerlingen, maar werk je aan het bieden van een veilige basis en vertrouwen voor ieder kind (Wassink-de Stigter et al., 2024). Vanuit deze basis kunnen kinderen zichzelf ontplooien en werken aan hun autonomie. Hiermee vergroot je niet alleen hun motivatie en betrokkenheid, maar bied je hen ook de kans om veilig, gezond en kansrijk op te groeien.
